Ga naar hoofdinhoud

1 Kronieken 29 Uitleg - David's Afscheid en Dankgebed voor de Tempel

1 Kronieken 29 beschrijft David's laatste toespraak waarin hij het volk oproept vrijwillig te geven voor de tempelbouw, zijn dankgebed waarin hij God's grootheid erkent, en de zalving van Salomo als zijn opvolger. Het hoofdstuk eindigt met David's dood na een rijk en gezegend leven.

David's Oproep tot Vrijwillige Geving (1 Kronieken 29:1-5)

In dit slothoofdstuk van 1 Kronieken zien we koning David op zijn sterfbed nog één keer het volk toespreken over de bouw van de tempel. David benadrukt dat zijn zoon Salomo nog jong en onervaren is, maar dat de taak die voor hem ligt enorm is. Het huis dat gebouwd moet worden is niet voor een mens, maar voor de HERE God zelf.

David geeft het voorbeeld door te vertellen wat hij al heeft voorbereid: goud, zilver, brons, ijzer, hout en edelstenen in overvloed. Maar hij gaat verder dan alleen zijn koninklijke bijdrage. Uit liefde voor het huis van zijn God heeft hij ook uit zijn persoonlijke schat goud en zilver gegeven - een bedrag van meer dan 100 ton goud en 240 ton zilver.

De vraag die David dan stelt is krachtig: 'Wie wil vandaag ook vrijwillig geven aan de HERE?' Deze vraag gaat niet alleen over geld, maar over de bereidheid om God met heel het hart te dienen.

De Royale Respons van het Volk (1 Kronieken 29:6-9)

De reactie van de leiders is overweldigend. De familiehoofden, stamhoofden, legeraanvoerders en bestuurders geven vrijwillig enorme bedragen: ongeveer 170 ton goud, 340 ton zilver, 610 ton brons en 3400 ton ijzer. Degenen die edelstenen bezaten, gaven deze aan de tempelschat.

Lees 1 Kronieken 29 in de Bijbel

Lees de volledige tekst in de Statenvertaling, Herziene Statenvertaling, NBV21 of andere vertalingen.

Open 1 Kronieken 29

Verdiep u in 1 Kronieken 29

Meer weten over 1 Kronieken 29?

Stel uw vragen aan de BijbelAssistent en krijg uitgebreide antwoorden met verwijzingen naar de grondtalen en commentaren.

Stel een vraag over 1 Kronieken 29