Ga naar hoofdinhoud

2 Koningen 21 Uitleg - Manasse's Afgoderij en Gods Oordeel over Juda

2 Koningen 21 beschrijft hoe koning Manasse alle hervormingen van zijn vader Hizkia terugdraaide en Juda in extreme afgoderij stortte. Als gevolg hiervan kondigden Gods profeten het oordeel over Juda aan, dat uiteindelijk zou leiden tot de ballingschap.

Inleiding: Van Hervorming naar Afval

2 Koningen 21 vormt een van de donkerste hoofdstukken in de geschiedenis van Juda. Na de grote hervormingen onder koning Hizkia volgt nu het verhaal van zijn zoon Manasse, die alles wat zijn vader had opgebouwd weer afbreekt. Dit hoofdstuk toont de tragische gevolgen van afgoderij en ongehoorzaamheid aan God.

Manasse's Lange Regering van Afgoderij (21:1-9)

Manasse werd koning toen hij slechts twaalf jaar oud was en regeerde 55 jaar in Jeruzalem - langer dan enige andere koning van Juda. Ondanks deze lange regering wordt zijn bewind gekarakteriseerd door systematische afgoderij en het terugdraaien van alle hervormingen van zijn vader.

De Afbraak van Hizkia's Werk

Manasse bouwde de hoogten weer op die Hizkia had weggenomen. Hij richtte altaren op voor Baäl en maakte een Asera-beeld, precies zoals koning Achab van Israël had gedaan. Dit was een bewuste keuze om de Kanaänitische religies te herstellen die God had verboden.

Hemelse Aanbidding en Tempelontheiliging

Nog erger was dat Manasse 'het hele hemelse heir' aanbad - de zon, maan en sterren. Hij bouwde zelfs altaren voor deze heidense goden in de tempel van de HEERE zelf, het heiligste gebouw in Israël. Dit was een directe schending van Gods heiligheid en een grove ontwijding van Zijn woonplaats.

Extreme Vormen van Afgoderij

Lees 2 Koningen 21 in de Bijbel

Lees de volledige tekst in de Statenvertaling, Herziene Statenvertaling, NBV21 of andere vertalingen.

Open 2 Koningen 21

Verdiep u in 2 Koningen 21

Meer weten over 2 Koningen 21?

Stel uw vragen aan de BijbelAssistent en krijg uitgebreide antwoorden met verwijzingen naar de grondtalen en commentaren.

Stel een vraag over 2 Koningen 21