Ga naar hoofdinhoud

Ezechiel 17 Uitleg - De Gelijkenis van de Twee Adelaars

Ezechiel 17 bevat een gelijkenis over twee adelaars die de politieke situatie van Juda illustreert: Nebukadnezars bewind over Sedekia en diens trouwbreuk door steun te zoeken bij Egypte. God belooft oordeel over deze ontrouw, maar ook uiteindelijk herstel door Zijn eigen handelen.

De Gelijkenis van de Twee Adelaars (Ezechiel 17:1-10)

Ezechiel 17 opent met een raadselachtige gelijkenis die God aan de profeet geeft. In deze gelijkenis verschijnen twee machtige adelaars en een wijnstok. De eerste adelaar, groot en krachtig met brede vleugels, komt naar Libanon en neemt de top van een ceder mee. Deze adelaar plant vervolgens een tak in vruchtbare grond bij veel water, waar deze uitgroeit tot een uitgebreide, maar lage wijnstok.

Later verschijnt er een tweede adelaar, eveneens groot en met veel veren. De wijnstok buigt zijn wortels en takken naar deze tweede adelaar toe, hopend op betere verzorging. Echter, God vraagt retorisch of deze wijnstok zal gedijen. Het antwoord is duidelijk: de eerste adelaar zal de wijnstok uitrukken, de vruchten wegnemen en de groene takken laten verdorren.

De Uitleg van de Profetie (Ezechiel 17:11-21)

In de tweede helft van het hoofdstuk onthult God de betekenis van deze gelijkenis. De eerste adelaar representeert Nebukadnezar, koning van Babel, die naar Jeruzalem kwam en koning Jojachin wegvoerde naar Babel (2 Koningen 24:10-16). De 'top van de ceder' verwijst naar de koninklijke familie en de machthebbers van Juda.

Lees Ezechiël 17 in de Bijbel

Lees de volledige tekst in de Statenvertaling, Herziene Statenvertaling, NBV21 of andere vertalingen.

Open Ezechiël 17

Verdiep u in Ezechiël 17

Meer weten over Ezechiël 17?

Stel uw vragen aan de BijbelAssistent en krijg uitgebreide antwoorden met verwijzingen naar de grondtalen en commentaren.

Stel een vraag over Ezechiël 17