Ga naar hoofdinhoud

Hebreeën 11 Uitleg - Het Geloof van de Geloofsgetuigen

Hebreeën 11 presenteert geloof als vaste zekerheid in het onzichtbare en geeft vele voorbeelden van Oude Testament gelovigen die door geloof leefden. Het hoofdstuk moedigt christenen aan om te volharden in hun geloof, wetend dat ze deel uitmaken van een lange lijn van gelovigen.

De Definitie van Geloof

Hebreeën 11 begint met een van de meest bekende definities van geloof in de Bijbel: 'Het geloof nu is een vaste grond der dingen, die men hoopt, een bewijs der dingen, die men niet ziet' (vers 1). Deze definitie toont dat geloof niet blind vertrouwen is, maar een gefundeerde zekerheid gebaseerd op Gods betrouwbaarheid.

Voorbeelden uit de Geschiedenis

Abel, Henoch en Noach (verzen 4-7)


De schrijver begint met drie vroege voorbeelden van geloof. Abel bracht een beter offer dan Kaïn omdat hij geloofde in Gods vereisten. Henoch wandelde zo dicht met God dat hij werd weggenomen zonder de dood te zien. Noach bouwde de ark uit geloof, hoewel hij nog nooit regen had gezien.

Abraham en Sara (verzen 8-19)


Abraham neemt een centrale plaats in dit hoofdstuk in. Hij gehoorzaamde Gods roeping om naar een onbekend land te gaan, hij geloofde Gods belofte van nakomelingen ondanks zijn en Sara's hoge leeftijd, en hij was zelfs bereid Izaak te offeren, vertrouwend dat God hem kon opwekken uit de doden.

De Patriarchen (verzen 20-22)


Izaak, Jakob en Jozef worden genoemd vanwege hun geloof in Gods beloften voor de toekomst. Hun zegeningen en voorspellingen toonden vertrouwen in Gods plan dat zich over generaties zou uitstrekken.

Lees Hebreeën 11 in de Bijbel

Lees de volledige tekst in de Statenvertaling, Herziene Statenvertaling, NBV21 of andere vertalingen.

Open Hebreeën 11

Verdiep u in Hebreeën 11

Meer weten over Hebreeën 11?

Stel uw vragen aan de BijbelAssistent en krijg uitgebreide antwoorden met verwijzingen naar de grondtalen en commentaren.

Stel een vraag over Hebreeën 11