Ga naar hoofdinhoud

Jeremia 47 Uitleg - Gods Oordeel over de Filistijnen

Jeremia 47 bevat een profetie tegen de Filistijnen, waarin hun verwoesting wordt aangekondigd door een leger uit het noorden (Babylonië). Het hoofdstuk toont Gods soevereiniteit over alle volken en de vervulling van Zijn oordelen in de geschiedenis.

Inleiding tot Jeremia 47

Jeremia 47 bevat een krachtige profetie tegen de Filistijnen, het volk dat eeuwenlang de aartsvijand van Israël was geweest. Dit hoofdstuk maakt deel uit van een reeks profetieën tegen verschillende volken (Jeremia 46-51), waarin God Zijn soevereiniteit over alle naties toont. De profetie kondigt verwoesting aan die zal komen door een grote macht uit het noorden - een verwijzing naar het Babylonische rijk onder Nebukadnessar.

De Profetische Aankondiging (vers 1-2)

Het hoofdstuk begint met de mededeling dat dit het woord van de HEERE is "betreffende de Filistijnen, voordat Farao Gaza versloeg." Deze tijdsaanduiding plaatst de profetie in een specifieke historische context, mogelijk rond 609 v.Chr. toen Farao Necho II van Egypte Gaza innam tijdens zijn veldtocht naar het noorden.

De profetie gebruikt het beeld van water dat opkomt uit het noorden, "als een overstroomende rivier." Dit is een typische profetische metafoor voor een invasieleger dat alles op zijn pad verwoest. Het noorden verwijst naar Babylonië, dat geografisch gezien via het noorden Kanaän binnenviel.

Verwoesting van Filistijnse Steden (vers 3-4)

Lees Jeremia 47 in de Bijbel

Lees de volledige tekst in de Statenvertaling, Herziene Statenvertaling, NBV21 of andere vertalingen.

Open Jeremia 47

Verdiep u in Jeremia 47

Meer weten over Jeremia 47?

Stel uw vragen aan de BijbelAssistent en krijg uitgebreide antwoorden met verwijzingen naar de grondtalen en commentaren.

Stel een vraag over Jeremia 47