Ga naar hoofdinhoud

Jesaja 16 Uitleg - Gods Oordeel en Medelijden over Moab

Jesaja 16 voorspelt Gods oordeel over Moab vanwege hun trots, maar toont tegelijkertijd Gods medelijden en de mogelijkheid van bescherming voor degenen die nederig hulp zoeken. Het benadrukt de nutteloosheid van afgodendienst en de zekerheid van Gods woord.

Inleiding tot Jesaja 16

Jesaja hoofdstuk 16 vormt de voortzetting van de profetie over Moab die begon in hoofdstuk 15. Dit hoofdstuk toont een fascinerende mengeling van Gods oordeel en Zijn medelijden. Terwijl de profeet de ondergang van Moab voorspelt, laat hij tegelijkertijd Gods hart zien dat medelijden heeft met het lijden van mensen, zelfs van vijandige volkeren.

De Oproep tot Bescherming (verzen 1-5)

Het hoofdstuk opent met een dringende oproep aan Moab om hulp te zoeken bij Sion. "Zend het lam voor de heerser des lands" (vers 1) - dit kan worden geïnterpreteerd als een oproep tot onderwerping aan Gods gezag of als een verzoek om bescherming. De beelden van vogels die uit hun nest zijn weggejaagd (vers 2) illustreren de wanhoop van Moabs bevolking.

De verzen 3-4 bevatten een hartstochtelijke smeekbede om asiel en bescherming. Deze passage toont dat zelfs vijandige volkeren welkom zijn onder Gods bescherming wanneer zij zich tot Hem wenden. Het belooft een tijd waarin "de verdrukker ten einde is" en "de verwoester ophoudt" (vers 4).

Moabs Trots en Ondergang (verzen 6-11)

Vers 6 onthult de wortel van Moabs probleem: "Wij hebben gehoord van Moabs hovaardij - hij is zeer hovaardig - van zijn trots en zijn hovaardij en zijn gramschap." Deze trots staat in schril contrast met de nederige houding die nodig is om Gods bescherming te ontvangen.

Lees Jesaja 16 in de Bijbel

Lees de volledige tekst in de Statenvertaling, Herziene Statenvertaling, NBV21 of andere vertalingen.

Open Jesaja 16

Verdiep u in Jesaja 16

Meer weten over Jesaja 16?

Stel uw vragen aan de BijbelAssistent en krijg uitgebreide antwoorden met verwijzingen naar de grondtalen en commentaren.

Stel een vraag over Jesaja 16