Ga naar hoofdinhoud

Jesaja 57 Uitleg - Vrede voor de Rechtvaardigen en Hoop voor de Berouwvollen

Jesaja 57 toont het contrast tussen rechtvaardigen die vrede vinden bij hun dood en goddelozen die zich bezighouden met afgoderij. Het hoofdstuk eindigt met Gods belofte van heling en vrede voor alle berouwvolle harten.

Inleiding tot Jesaja 57

Jesaja hoofdstuk 57 presenteert een opvallend contrast tussen verschillende groepen mensen en hun eindbestemming. Het hoofdstuk begint met een reflectie op het sterven van rechtvaardigen, vervolgt met een scherpe veroordeling van afgoderij, en eindigt met een troostrijke belofte van heling en vrede voor degenen die berouw tonen.

Het Sterven van de Rechtvaardigen (vers 1-2)

Het hoofdstuk opent met een raadselachtige waarneming: 'De rechtvaardige komt om, maar niemand neemt het ter harte.' Deze verzen spreken over het fenomeen dat goede mensen soms vroeg sterven, terwijl omstanders dit niet begrijpen of er geen aandacht aan schenken. De profeet verklaart echter dat deze rechtvaardigen 'tot vrede ingaan' - een troostrijke gedachte dat hun dood eigenlijk een bevrijding is van het kwaad dat nog komen gaat.

Deze opening stelt een belangrijk thema van het hoofdstuk vast: God's perspectief verschilt vaak radicaal van het menselijke perspectief. Wat voor mensen als tragisch lijkt, kan vanuit Gods oogpunt genade zijn.

Afgoderij en Ontrouw (vers 3-13)

Het middengedeelte van het hoofdstuk richt zich op een scherpe veroordeling van afgoderij. God spreekt het volk direct aan als 'kinderen van de tovenares, nakomelingen van de overspelige en de hoer.' Deze harde bewoordingen illustreren hoe ernstig God afgoderij beschouwt - als geestelijke overspel tegen Hem.

Lees Jesaja 57 in de Bijbel

Lees de volledige tekst in de Statenvertaling, Herziene Statenvertaling, NBV21 of andere vertalingen.

Open Jesaja 57

Verdiep u in Jesaja 57

Meer weten over Jesaja 57?

Stel uw vragen aan de BijbelAssistent en krijg uitgebreide antwoorden met verwijzingen naar de grondtalen en commentaren.

Stel een vraag over Jesaja 57