Ga naar hoofdinhoud

Mattheus 10 Uitleg - De Zending van de Twaalf Apostelen

Mattheus 10 beschrijft hoe Jezus de twaalf apostelen uitzendt met macht om te genezen en te prediken. Hij waarschuwt voor vervolging maar bemoedigt hen met Gods liefdevolle zorg en belooft beloning voor trouwe dienst.

Inleiding tot Mattheus 10

Mattheus 10 markeert een cruciaal moment in het evangelieverhaal. Jezus bereidt Zijn discipelen voor op hun eerste zendingsopdracht en geeft hen fundamentele lessen over wat het betekent om Hem te volgen. Dit hoofdstuk bevat enkele van de meest uitdagende en troostrijke woorden van Jezus over discipelschap.

De Roeping van de Twaalf (verzen 1-4)

Jezus roept twaalf mannen en geeft hen "macht over onreine geesten om die uit te drijven en alle ziekte en alle kwaal te genezen" (vers 1). De lijst van namen toont de diversiteit van deze groep: van vissers zoals Petrus en Johannes tot een belastinginner zoals Mattheüs en zelfs Judas Iskariot, die Hem zou verraden.

De term 'apostelen' (gezondenen) wordt hier voor het eerst gebruikt, wat hun toekomstige rol als zendelingen onderstreept. Hun macht komt niet uit henzelf, maar is een gave van Jezus.

Instructies voor de Zending (verzen 5-15)

Jezus geeft specifieke instructies voor hun eerste missie. Opmerkelijk is dat zij eerst alleen naar "de verloren schapen van het huis Israëls" moeten gaan (vers 6). Dit benadrukt Gods trouw aan Zijn verbond met Israël, hoewel de boodschap later tot alle volkeren zal uitgaan.

De boodschap is eenvoudig maar krachtig: "Het koninkrijk der hemelen is nabijgekomen" (vers 7). Deze verkondiging wordt bevestigd door tekenen: genezen van zieken, opwekken van doden, en het reinigen van melaatsen.

Lees Mattheüs 10 in de Bijbel

Lees de volledige tekst in de Statenvertaling, Herziene Statenvertaling, NBV21 of andere vertalingen.

Open Mattheüs 10

Verdiep u in Mattheüs 10

Meer weten over Mattheüs 10?

Stel uw vragen aan de BijbelAssistent en krijg uitgebreide antwoorden met verwijzingen naar de grondtalen en commentaren.

Stel een vraag over Mattheüs 10