Ga naar hoofdinhoud

Psalmen 115 Uitleg - Gods Majesteit Versus Ijdele Afgoden

Psalm 115 contrasteert Gods majesteit met de ijdelheid van afgoden, roept op tot vertrouwen op de levende God, en eindigt met belofte van zegen voor allen die Hem vrezen. De psalm benadrukt dat alle eer aan God toekomt, niet aan mensen of hun maaksels.

Inleiding tot Psalm 115

Psalm 115 is een prachtige lofpsalm die een scherp contrast toont tussen de levende God van Israël en de levenloze afgoden van andere volken. Deze psalm roept gelovigen op tot nederigheid, vertrouwen en lofprijzing van de ene, waarachtige God.

Gods Eer Staat Centraal (vers 1-3)

De psalm begint met een krachtige uitspraak: "Niet aan ons, HEERE, niet aan ons, maar aan Uw naam geef eer" (vers 1). Deze woorden benadrukken dat alle eer en glorie aan God toekomt, niet aan mensen. De psalmist erkent Gods trouw en waarheid als redenen voor deze eer.

Vers 2 stelt de vraag die heidenen mogelijk stelden: "Waarom zouden de heidenen zeggen: Waar is nu hun God?" Deze vraag toont de uitdaging waarmee gelovigen geconfronteerd werden wanneer hun geloof ter discussie werd gesteld.

Vers 3 geeft het antwoord: "Maar onze God is in de hemelen; al wat Hem behaagt, doet Hij." God is soeverein en almachtig, in tegenstelling tot de machteloze afgoden.

De Ijdelheid van Afgoden (vers 4-8)

In verzen 4-8 geeft de psalmist een satirische beschrijving van afgoden. Deze beelden zijn gemaakt van zilver en goud, het werk van mensenhanden. Hoewel ze ogen, oren, neus, mond, handen en voeten hebben, kunnen ze niets zien, horen, ruiken, spreken, voelen of lopen.

Lees Psalmen 115 in de Bijbel

Lees de volledige tekst in de Statenvertaling, Herziene Statenvertaling, NBV21 of andere vertalingen.

Open Psalmen 115

Verdiep u in Psalmen 115

Meer weten over Psalmen 115?

Stel uw vragen aan de BijbelAssistent en krijg uitgebreide antwoorden met verwijzingen naar de grondtalen en commentaren.

Stel een vraag over Psalmen 115