Ga naar hoofdinhoud

Psalm 128 Uitleg - Gods Zegen over het Godvrezende Gezin

Psalm 128 beschrijft Gods zegen over degenen die Hem vrezen, met focus op arbeid, gezinsleven en gemeenschap. De psalm belooft dat godvrezende mensen zegen zullen ervaren in hun werk, gezin en maatschappelijke positie.

Inleiding tot Psalm 128

Psalm 128 behoort tot de 'liederen van de opgang' (Psalmen 120-134), die werden gezongen tijdens de pelgrimstochten naar Jeruzalem. Deze korte maar krachtige psalm van zes verzen schetst een prachtig beeld van Gods zegen over het leven van degenen die Hem vrezen.

Vers 1: De Grondslag van Alle Zegen

'Welzalig zijn allen, die de HEERE vrezen, die in Zijn wegen wandelen!'

De psalm begint met een zaligsprekend die de fundamentele voorwaarde voor Gods zegen benadrukt: het vrezen van de HEERE. Dit 'vrezen' betekent niet angstig zijn, maar eerbiedig respect en gehoorzaamheid aan God. Het 'wandelen in Zijn wegen' verwijst naar een levensstijl die in overeenstemming is met Gods geboden en wil.

Vers 2-3: Zegen in Arbeid en Gezin

'Want gij zult eten de arbeid uwer handen; welzalig zijt gij, en het zal u welgaan. Uw huisvrouw zal zijn als een vruchtbare wijnstok aan de zijden van uw huis; uw kinderen als olijfplanten rondom uw tafel.'

De psalmist beschrijft twee belangrijke gebieden waar Gods zegen zich manifesteert:

Zegen in het Werk


De belofte dat men zal 'eten de arbeid uwer handen' wijst op eerlijk werk dat voorziet in de behoeften. Dit is geen belofte van rijkdom, maar van voldoende middelen door eerlijke arbeid.

Lees Psalmen 128 in de Bijbel

Lees de volledige tekst in de Statenvertaling, Herziene Statenvertaling, NBV21 of andere vertalingen.

Open Psalmen 128

Verdiep u in Psalmen 128

Meer weten over Psalmen 128?

Stel uw vragen aan de BijbelAssistent en krijg uitgebreide antwoorden met verwijzingen naar de grondtalen en commentaren.

Stel een vraag over Psalmen 128