Ga naar hoofdinhoud

Psalmen 136 Uitleg - Gods Eeuwige Goedertierenheid

Psalm 136 is een lofpsalm die Gods eeuwige goedertierenheid viert door middel van een herhaald refrein in elk vers. De psalm roemt God als schepper, bevrijder uit Egypte, en voortdurende verzorger van zijn volk.

Inleiding tot Psalm 136

Psalm 136 is een van de meest herkenbare psalmen in de Bijbel vanwege het krachtige refrein dat in elk van de 26 verzen terugkeert: "want zijn goedertierenheid is tot in eeuwigheid". Deze psalm wordt ook wel de "Grote Hallel" genoemd en neemt een bijzondere plaats in binnen de Joodse en christelijke liturgie.

Het Refrein: Gods Eeuwige Goedertierenheid

Het Hebreeuwse woord voor goedertierenheid is "chesed" (חסד), een van de rijkste begrippen in het Oude Testament. Dit woord omvat Gods verbondstrouw, liefde, genade, en loyaliteit. Het gaat verder dan alleen maar vriendelijkheid - het spreekt van Gods onwrikbare toewijding aan zijn volk, ondanks hun ontrouw.

De herhaling van dit refrein 26 keer is geen toeval. Het benadrukt dat Gods goedertierenheid niet tijdelijk of voorwaardelijk is, maar eeuwig en onveranderlijk. In een wereld waar liefde en loyaliteit vaak vergankelijk blijken te zijn, proclameert deze psalm een fundamentele waarheid over Gods karakter.

God als Schepper (verzen 4-9)

De psalm begint met het roemen van God als de grote Schepper. Hij alleen doet grote wonderen, maakt de hemelen met verstand, en spreidt de aarde uit boven de wateren. De zon regeert overdag, de maan en sterren 's nachts - allemaal uitingen van Gods wijsheid en macht.

Lees Psalmen 136 in de Bijbel

Lees de volledige tekst in de Statenvertaling, Herziene Statenvertaling, NBV21 of andere vertalingen.

Open Psalmen 136

Verdiep u in Psalmen 136

Meer weten over Psalmen 136?

Stel uw vragen aan de BijbelAssistent en krijg uitgebreide antwoorden met verwijzingen naar de grondtalen en commentaren.

Stel een vraag over Psalmen 136