Zondag 45: Het gebed
Schriftbewijzen: Mattheus 7:7-8, Lukas 11:9-13
Vraag 116: Waarom is het gebed den Christenen van node?
Omdat het het voornaamste stuk der dankbaarheid is, welke God van ons vordert, en omdat God Zijn genade en den Heiligen Geest alleen diegenen geven wil, die Hem met hartelijk zuchten zonder ophouden daarom bidden en daarvoor danken.
Schriftbewijzen: Psalmen 50:14-15, Mattheus 7:7-8, Lukas 11:9-13, Mattheus 13:12, Psalmen 2:8
Vraag 117: Wat behoort tot zulk een gebed, dat God aangenaam is en van Hem verhoord wordt?
Eerstelijk, dat wij alleen den enigen waren God, Die Zich in Zijn Woord ons heeft geopenbaard, om al hetgeen Hij ons geboden heeft te bidden, van harte aanroepen. Ten andere, dat wij onze nood en ellendigheid recht en grondig kennen, opdat wij ons voor het aangezicht Zijner Majesteit verootmoedigen. Ten derde, dat wij dezen vasten grond hebben, dat Hij ons gebed, niettegenstaande wij zulks onwaardig zijn, om des Heeren Christus wil zekerlijk wil verhoren, gelijk Hij ons in Zijn Woord beloofd heeft.
Schriftbewijzen: Psalmen 145:18-20, Johannes 4:22-24, Romeinen 8:26, 1 Johannes 5:14, 2 Kronieken 20:12, Psalmen 2:11, Psalmen 34:19, Jesaja 66:2, Johannes 14:13-14, Daniël 9:17-18, Johannes 16:23, Romeinen 10:14, Jakobus 1:6
Vraag 118: Wat heeft God ons bevolen van Hem te bidden?
Alle geestelijke en lichamelijke nooddruft, welke de Heere Christus begrepen heeft in het gebed dat Hij ons Zelf geleerd heeft.
Schriftbewijzen: Mattheus 6:33, Jakobus 1:17, Mattheus 6:9-13, Lukas 11:2-4
Vraag 119: Hoe luidt dat gebed?
Onze Vader, Die in de hemelen zijt, Uw Naam worde geheiligd. Uw Koninkrijk kome. Uw wil geschiede, gelijk in den hemel, alzo ook op de aarde. Geef ons heden ons dagelijks brood. En vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onzen schuldenaren. En leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van den boze. Want Uw is het Koninkrijk en de kracht en de heerlijkheid in der eeuwigheid. Amen.
Schriftbewijzen: Mattheus 6:9-13, Lukas 11:2-4