Nieuwe Testament
1 Petrus
5 hoofdstukken
“Het lijden van nu weegt niet op tegen de levende hoop en de onvergankelijke erfenis die ons wacht door Christus' opstanding.”
Auteur
Petrus, apostel (met hulp van Silvanus)
Periode
Geschreven ca. 62-64 n.Chr.
Thema's
Samenvatting
De eerste brief van Petrus is geschreven aan vervolgde christenen in Klein-Azie (het huidige Turkije) en is een bemoediging om standvastig te blijven in het geloof te midden van lijden. Petrus, de visser die apostel werd, schrijft vanuit "Babylon" (waarschijnlijk een codenaam voor Rome) en biedt hoop en perspectief aan mensen die vanwege hun geloof worden buitengesloten en mishandeld. De brief opent met een lofprijzing voor de "levende hoop" die gelovigen hebben door de opstanding van Jezus Christus: een onvergankelijke erfenis die in de hemelen bewaard wordt. Het lijden is tijdelijk en heeft een doel: het beproeven en zuiveren van het geloof, "dat kostbaarder is dan goud." Petrus roept zijn lezers op om als "vreemdelingen en bijwoners" heilig te leven in een vijandige wereld, respectvol om te gaan met overheden en werkgevers, en altijd bereid te zijn "verantwoording af te leggen van de hoop die in u is." Het lijden van Christus is zowel het voorbeeld als de bron van kracht: "Want hiertoe bent u geroepen, omdat ook Christus voor u geleden heeft en u een voorbeeld heeft nagelaten, opdat u Zijn voetsporen zou navolgen."