Oude Testament

Exodus

40 hoofdstukken

God bevrijdt Zijn volk uit slavernij en sluit een verbond met hen bij de berg Sinai.

Auteur

Mozes (traditionele toeschrijving)

Periode

Geschreven ca. 1450-1410 v.Chr., beschrijft gebeurtenissen rond 1446 v.Chr.

Thema's

Bevrijding uit slavernijDe Tien GebodenGods macht over de faraoHet verbond bij de SinaiDe tabernakel

Samenvatting

Exodus vertelt het dramatische verhaal van de bevrijding van het volk Israel uit de slavernij in Egypte. Na vierhonderd jaar onderdrukking roept God Mozes bij de brandende braamstruik en zendt hem naar de farao met de boodschap: "Laat Mijn volk gaan." Wanneer de farao weigert, treft God Egypte met tien plagen, die culmineren in de dood van alle eerstgeborenen, waarna het volk eindelijk mag vertrekken. De uittocht zelf is een van de meest indrukwekkende gebeurtenissen in de Bijbel: de doortocht door de Rode Zee, de verwoesting van het Egyptische leger en de reis door de woestijn naar de berg Sinai. Daar ontvangt Mozes de Tien Geboden en de uitgebreide wetgeving die het leven van Israel als Gods verbondsvolk zal vormgeven. Het tweede deel van Exodus beschrijft de bouw van de tabernakel, het verplaatsbare heiligdom waar God te midden van Zijn volk zou wonen. Het gouden kalf-incident toont hoe snel het volk afdwaalt, maar ook hoe God in Zijn genade het verbond herstelt. Exodus is het bevrijdingsverhaal bij uitstek en vormt het model voor alle latere verlossing in de Bijbel.

Verwante boeken

Hoofdstukken