Oude Testament

Genesis

50 hoofdstukken

God is de Schepper van alle dingen en begint Zijn verlossingsplan door een verbond met Abraham te sluiten.

Auteur

Mozes (traditionele toeschrijving)

Periode

Geschreven ca. 1450-1410 v.Chr., beschrijft de periode vanaf de schepping tot ca. 1800 v.Chr.

Thema's

ScheppingZondeval en verlossingVerbond met AbrahamGods voorzienigheidAartsvaders

Samenvatting

Genesis, het eerste boek van de Bijbel, beschrijft het begin van alles: de schepping van hemel en aarde, de oorsprong van de mensheid en de vroege geschiedenis van Gods volk. Het boek opent met de schepping van het universum in zes dagen en de rust op de zevende dag. Vervolgens lezen we over de zondeval van Adam en Eva, de eerste moord door Kain, de grote vloed in de tijd van Noach en de torenbouw van Babel. Het tweede deel van Genesis (hoofdstuk 12-50) vertelt het verhaal van de aartsvaders: Abraham, die door God geroepen werd uit Ur der Chaldeeen en de belofte ontving van een groot nageslacht en een eigen land; Isaak, de zoon van de belofte; Jakob, die de naam Israel ontving na zijn worsteling met God; en Jozef, die door zijn broers als slaaf verkocht werd maar opklom tot onderkoning van Egypte. Genesis legt het fundament voor de rest van de Bijbel. De themas van zonde en genade, belofte en vervulling, en Gods trouw aan Zijn verbond lopen als rode draden door het hele boek. Het laat zien dat God de Schepper is die ondanks menselijk falen Zijn reddingsplan voor de wereld in gang zet.

Verwante boeken

Hoofdstukken