Oude Testament

Jona

4 hoofdstukken

Gods genade kent geen grenzen -- Hij is barmhartig voor alle volken die zich tot Hem keren.

Auteur

Jona, zoon van Amittai (of een latere verteller)

Periode

Jona trad op ca. 780-750 v.Chr.

Thema's

Gods genade voor alle volkenGehoorzaamheid en vluchtBekering en berouwGods soevereiniteit over de natuurVooroordeel en barmhartigheid

Samenvatting

Het boek Jona is een van de bekendste en meest verrassende boeken van de Bijbel. God geeft de profeet Jona de opdracht om naar Nineve te gaan, de hoofdstad van het vijandige Assyrische rijk, en daar te profeteren. Maar Jona vlucht in de tegenovergestelde richting, naar Tarsis, aan boord van een schip. God zendt een storm, Jona wordt overboord gegooid en opgeslokt door een grote vis, waarin hij drie dagen en drie nachten verblijft. In de buik van de vis bidt Jona tot God, en de vis spuwt hem uit op het droge land. Bij zijn tweede roeping gehoorzaamt Jona en gaat naar Nineve. Tot zijn eigen verbazing en irritatie bekeert de hele stad zich: van de koning tot het vee draagt men rouwkleding en doet boete. God spaart de stad. Maar hier begint het echte verhaal. Jona is woedend dat God genadig is voor de vijand. Hij had gehoopt dat Nineve vernietigd zou worden. Het boek eindigt met Gods retorische vraag: "Zou Ik geen medelijden hebben met Nineve, die grote stad, waarin meer dan 120.000 mensen zijn?" Jona leert dat Gods genade geen grenzen kent en zich uitstrekt tot alle volken, zelfs de vijanden van Zijn volk.

Verwante boeken

Hoofdstukken