Nieuwe Testament

Kolossenzen

4 hoofdstukken

In Christus woont heel de volheid van God -- Hij alleen is genoeg voor verlossing en geestelijke groei.

Auteur

Paulus, apostel (geschreven vanuit gevangenschap)

Periode

Geschreven ca. 60-62 n.Chr., vanuit Rome.

Thema's

Christus als Hoofd van allesDe algenoegzaamheid van ChristusWaarschuwing tegen dwaalleerNieuw leven in ChristusHemelse gerichtheid

Samenvatting

De brief aan de Kolossenzen is geschreven door Paulus vanuit de gevangenis om een dwaling te bestrijden die de gemeente in Kolosse bedreigde. Deze "Kolossense ketterij" combineerde elementen van joods legalisme, Griekse filosofie en mystieke praktijken, en ondermijnde de algenoegzaamheid van Christus door engelen, visioenen en menselijke regels toe te voegen als noodzakelijk voor het geestelijk leven. Paulus' antwoord is een van de krachtigste christologische passages in het Nieuwe Testament (1:15-20): Christus is "het Beeld van de onzichtbare God, de Eerstgeborene van heel de schepping," in Wie "alle dingen geschapen zijn" en in Wie "alle volheid woont." Als Christus alles is wat je nodig hebt, zijn menselijke toevoegingen overbodig en zelfs schadelijk. Het praktische deel roept op tot een leven dat bij deze hoge christologie past: "Zoek de dingen die boven zijn, waar Christus is." Het oude leven moet worden afgelegd (woede, laster, leugen) en het nieuwe aangedaan (barmhartigheid, goedheid, nederigheid, zachtmoedigheid, geduld). "En boven dit alles: de liefde, die de band van de volmaaktheid is." De brief bevat ook aanwijzingen voor het gezinsleven en de verhouding heer-slaaf.

Verwante boeken

Hoofdstukken