Exodus 33 beschrijft hoe God dreigt zijn volk te verlaten na de zonde met de gouden kalf, maar door Mozes' voorbede belooft Hij mee te gaan. Het hoofdstuk eindigt met Mozes' verlangen Gods heerlijkheid te zien en Gods belofte zijn goedheid te openbaren.
Lees de volledige tekst in de Statenvertaling, Herziene Statenvertaling, NBV21 of andere vertalingen.
Stel uw vragen aan de BijbelAssistent en krijg uitgebreide antwoorden met verwijzingen naar de grondtalen en commentaren.