Zondag 26: De Heilige Doop
Schriftbewijzen: Mattheus 28:19, Handelingen 2:38
Vraag 69: Hoe wordt gij in den Heiligen Doop vermaand en verzekerd, dat de enige offerande van Christus, aan het kruis geschied, u ten goede komt?
Alzo, dat Christus dit uitwendige waterbad ingezet, en daarbij beloofd heeft, dat ik zo zekerlijk met Zijn bloed en Geest van de onreinigheid mijner ziel, dat is, van al mijn zonden, gewassen ben, als ik uitwendiglijk met het water, hetwelk de onzuiverheid des lichaams pleegt weg te nemen, gewassen ben.
Schriftbewijzen: Mattheus 28:19, Handelingen 2:38, Markus 16:16, Mattheus 3:11, Romeinen 6:3-4, 1 Petrus 3:21
Vraag 70: Wat is dat, met het bloed en den Geest van Christus gewassen te zijn?
Het is vergeving der zonden van God uit genade te hebben, om des bloeds van Christus wil, dat Hij in Zijn offerande aan het kruis voor ons uitgestort heeft; daarna ook door den Heiligen Geest vernieuwd, en tot lidmaten van Christus geheiligd te zijn, opdat wij hoe langer hoe meer der zonden afsterven en in een godzalig onstraffelijk leven wandelen.
Schriftbewijzen: Hebreeen 12:24, 1 Petrus 1:2, Openbaring 1:5, Ezechiel 36:25-27, Johannes 1:33, Johannes 3:5, 1 Korinthe 6:11, 1 Korinthe 12:13, Romeinen 6:4, Kolossenzen 2:11-12
Vraag 71: Waar heeft Christus beloofd, dat wij zo zekerlijk met Zijn bloed en Geest, als met het doopwater, gewassen zijn?
In de instelling des Doops, welke aldus luidt: Gaat dan henen, onderwijst alle volken, dezelve dopende in den Naam des Vaders, en des Zoons, en des Heiligen Geestes. Die geloofd zal hebben en gedoopt zal zijn, zal zalig worden; maar die niet geloofd zal hebben, zal verdoemd worden. Deze belofte wordt ook herhaald, waar de Schrift den Doop het bad der wedergeboorte en de afwassing der zonden noemt.
Schriftbewijzen: Mattheus 28:19, Markus 16:16, Titus 3:5, Handelingen 22:16