Zondag 28: Het Heilig Avondmaal
Schriftbewijzen: 1 Korinthe 10:16, 1 Korinthe 11:23-26
Vraag 75: Hoe wordt gij in het Heilig Avondmaal vermaand en verzekerd, dat gij aan de enige offerande van Christus, aan het kruis volbracht, en aan al Zijn goed gemeenschap hebt?
Alzo, dat Christus mij en alle gelovigen tot Zijn gedachtenis van dit gebroken brood te eten en van dezen drinkbeker te drinken bevolen heeft, en daarbij beloofd heeft: Eerstelijk, dat Zijn lichaam zo zekerlijk voor mij aan het kruis geofferd en gebroken, en Zijn bloed voor mij vergoten is, als ik met ogen zie, dat het brood des Heeren mij gebroken en de drinkbeker mij medegedeeld wordt; en ten andere, dat Hij Zelf mijn ziel met Zijn gekruisigd lichaam en vergoten bloed zo zekerlijk tot het eeuwige leven spijst en laaft, als ik het brood en den drinkbeker des Heeren, als zekere waartekenen des lichaams en bloeds van Christus, uit des dienaars hand ontvang en met den mond geniet.
Schriftbewijzen: Mattheus 26:26-28, Markus 14:22-24, Lukas 22:19-20, 1 Korinthe 10:16-17, 1 Korinthe 11:23-26
Vraag 76: Wat is dat, het gekruisigde lichaam van Christus eten en Zijn vergoten bloed drinken?
Het is niet alleen met een gelovig hart het ganse lijden en sterven van Christus aannemen, en daardoor vergeving der zonden en het eeuwige leven verkrijgen; maar ook daarbenevens door den Heiligen Geest, Die en in Christus en in ons woont, alzo met Zijn heilig lichaam hoe langer hoe meer verenigd worden, dat wij, al is het dat Christus in den hemel is en wij op aarde zijn, nochtans vlees van Zijn vlees en been van Zijn gebeente zijn, en dat wij van een Geest, gelijk de leden van een lichaam van een ziel, eeuwiglijk leven en geregeerd worden.
Schriftbewijzen: Johannes 6:35, Johannes 6:40, Johannes 6:47-58, Johannes 15:1-6, Efeze 3:16-19, Efeze 5:29-30, 1 Korinthe 6:15, 1 Korinthe 6:17, 1 Johannes 4:13
Vraag 77: Waar heeft Christus beloofd, dat Hij de gelovigen zo zekerlijk met Zijn lichaam en bloed wil spijzen en laven, als zij van dit gebroken brood eten en van dezen drinkbeker drinken?
In de instelling des Avondmaals, welke aldus luidt: De Heere Jezus in den nacht, in welken Hij verraden werd, nam het brood, en als Hij gedankt had, brak Hij het, en zeide: Neemt, eet, dat is Mijn lichaam, dat voor u gebroken wordt; doet dat tot Mijn gedachtenis. Desgelijks nam Hij ook den drinkbeker, na het eten des Avondmaals, en zeide: Deze drinkbeker is het Nieuwe Testament in Mijn bloed; doet dat, zo dikwijls als gij dien zult drinken, tot Mijn gedachtenis. Want zo dikwijls als gij dit brood zult eten en dezen drinkbeker zult drinken, zo verkondigt den dood des Heeren, totdat Hij komt. En deze belofte wordt ook herhaald door den apostel Paulus, waar hij spreekt: De drinkbeker der dankzegging, dien wij dankzeggende zegenen, is die niet een gemeenschap des bloeds van Christus? Het brood, dat wij breken, is dat niet een gemeenschap des lichaams van Christus? Want een brood is het, zo zijn wij velen een lichaam, dewijl wij allen eens broods deelachtig zijn.
Schriftbewijzen: 1 Korinthe 11:23-26, Mattheus 26:26-28, Markus 14:22-24, Lukas 22:19-20, 1 Korinthe 10:16-17