Vraag 112: Wat wil het negende gebod?
Dat ik tegen niemand valse getuigenis geve, niemand zijn woorden verdraaie, geen achterklapper of lasteraar zij, niemand lichtelijk en onverhoord oordele of helpe veroordelen; maar allerlei liegen en bedriegen, als eigen werken des duivels, vermijde, zo ik niet den zwaren toorn Gods op mij laden wil. Insgelijks dat ik in het gericht en alle andere handelingen de waarheid liefheb, oprechtelijk spreke en belijde, en ook mijns naasten eer en goed gerucht naar mijn vermogen voorsta en bevordere.
Schriftbewijzen: Spreuken 19:5, Spreuken 19:9, Spreuken 21:28, Psalmen 15:3, Romeinen 1:30, Leviticus 19:17, Mattheus 7:1-2, Lukas 6:37, Johannes 8:44, Spreuken 12:22, Spreuken 13:5, 1 Korinthe 13:6, Efeze 4:25, Psalmen 15:2, 1 Petrus 4:8