Oude Testament
Daniël
12 hoofdstukken
“God regeert over alle koninkrijken der aarde en Zijn Koninkrijk zal eeuwig standhouden.”
Auteur
Daniel (traditionele toeschrijving)
Periode
Optreden ca. 605-536 v.Chr., in Babylonische en Perzische ballingschap.
Thema's
Samenvatting
Het boek Daniel speelt zich af in de Babylonische en Perzische ballingschap en combineert fascinerende verhalen met apocalyptische visioenen. Daniel, een jonge Judese edelman, wordt weggevoerd naar Babel waar hij opgeleid wordt aan het hof van Nebukadnezar. Samen met zijn vrienden Sadrach, Mesach en Abednego blijft hij trouw aan God te midden van een heidense cultuur. De verhalen in de eerste zes hoofdstukken zijn wereldberoemd: de drie mannen in de vurige oven die ongedeerd blijven, de geheimzinnige hand die op de muur schrijft tijdens het feest van Belsazar, en Daniel in de leeuwenkuil. In elk verhaal toont God Zijn macht om Zijn trouwe dienaren te bewaren. Daniel wordt ook een vertrouwde raadgever van koningen door zijn gave om dromen uit te leggen. De tweede helft van het boek bevat apocalyptische visioenen over de opkomst en val van wereldrijken en de uiteindelijke komst van Gods koninkrijk. Het visioen van de Mensenzoon die "op de wolken des hemels komt" (7:13-14) is een van de belangrijkste messiaanse profetien en wordt door Jezus op Zichzelf toegepast. Daniel leert dat God de geschiedenis bestuurt en dat trouw aan Hem loont, zelfs in de meest vijandige omstandigheden.