Job 25
1 Toen antwoordde Bildad, de Suhiet, en zeide:
2 Heerschappij en vreze zijn bij Hem, Hij maakt vrede in Zijn hoogten.
3 Is er een getal Zijner benden? En over wien staat Zijn licht niet op?
4 Hoe zou dan een mens rechtvaardig zijn bij God, en hoe zou hij zuiver zijn, die van een vrouw geboren is?
5 Zie, tot de maan toe, en zij zal geen schijnsel geven; en de sterren zijn niet zuiver in Zijn ogen.
6 Hoeveel te min de mens, die een made is, en des mensen kind, die een worm is!
Job 25
Samenvatting
In Job 25 houdt Bildad zijn korte maar krachtige laatste toespraak, waarin hij Gods absolute grootheid benadrukt en stelt dat geen mens rechtvaardig kan zijn voor God. Deze zes verzen tonen zowel belangrijke theologische waarheden als de beperkingen van menselijke wijsheid.
Lees de volledige uitleg →Verdiep u in Job 25
Uitleg bij Job 25
Lees de betekenis, context en toepassing van dit hoofdstuk.
Kruisverwijzingen Job 25
Ontdek parallelle teksten en verbanden met andere bijbelgedeelten.
Woordstudie
Bestudeer Hebreeuwse en Griekse grondwoorden uit dit hoofdstuk.
Bijbelvertalingen vergelijken
Vergelijk Job 25 in meerdere vertalingen.
Stel vragen over dit hoofdstuk
Gebruik de AI-assistent voor uitleg bij Job 25.
Verzen memoriseren
Leer bijbelverzen uit Job 25 uit het hoofd.