Psalm 120
1 Een lied op Hammaaloth. Ik heb tot den HEERE geroepen in mijn benauwdheid, en Hij heeft mij verhoord.
2 O HEERE! red mijn ziel van de valse lippen, van de bedriegelijke tong.
3 Wat zal U de bedriegelijke tong geven, of wat zal zij U toevoegen?
4 Scherpe pijlen eens machtigen, mitsgaders gloeiende jeneverkolen.
5 O, wee mij, dat ik een vreemdeling ben in Mesech, dat ik in de tenten Kedars wone.
6 Mijn ziel heeft lang gewoond bij degenen, die den vrede haten.
7 Ik ben vreedzaam; maar als ik spreek, zijn zij aan den oorlog.
Psalm 120
Samenvatting
Psalm 120, de eerste van de bedevaartsliederen, is een gebed om bescherming tegen leugenachtige tongen en valse beschuldigingen. De psalmist roept God aan om verlossing van degenen die laster spreken en benadrukt het contrast tussen zijn verlangen naar vrede en de agressie van zijn tegenstanders.
Lees de volledige uitleg →Verdiep u in Psalm 120
Uitleg bij Psalm 120
Lees de betekenis, context en toepassing van dit hoofdstuk.
Kruisverwijzingen Psalm 120
Ontdek parallelle teksten en verbanden met andere bijbelgedeelten.
Woordstudie
Bestudeer Hebreeuwse en Griekse grondwoorden uit dit hoofdstuk.
Bijbelvertalingen vergelijken
Vergelijk Psalm 120 in meerdere vertalingen.
Stel vragen over dit hoofdstuk
Gebruik de AI-assistent voor uitleg bij Psalm 120.
Verzen memoriseren
Leer bijbelverzen uit Psalm 120 uit het hoofd.